Vaak is het ooit de beste oplossing geweest die een kind kon vinden.
Wat mij opvalt is dat veel mensen mijn praktijk binnenkomen met een oordeel over hun eigen gedrag.
“Ik ben perfectionistisch.”
“Ik blijf maar doorgaan.”
“Ik kan geen fouten maken.”
“Ik cijfer mezelf weg.”
“Ik ben thuis niet wie ik wil zijn.”
“Ik raak steeds overspannen.”
“Ik heb geheimen waar ik me voor schaam.”
Het raakt me iedere keer weer.
Het zwoegen.
Het wel willen, maar niet anders kunnen.
De hardheid.
De schuld.
De schaamte.
En vervolgens de strategieën om van dat gedrag af te komen.
“Ik moet leren loslaten.”
“Ik moet mijn grenzen beter aangeven.”
“Ik moet aardiger zijn.”
“Ik moet eerlijker zijn.”
Maar helaas brengen deze nieuwe strategieën zelden echte beweging of bevrijding. Als we blijven kijken naar het gedrag, blijven we vaak ook hangen in de vraag die mensen zichzelf al honderd keer hebben gesteld:
Waarom doe ik dit toch?
Laatst zei iemand tijdens een sessie:
“Ik heb geheimen waar ik me voor schaam. Ik voel me schuldig en doe de mensen om mij heen hier veel pijn mee. Soms wil ik gewoon alles eruit gooien…”
We hadden lang kunnen praten over die geheimen.
Over schuld.
Over eerlijk zijn.
Maar dat deden we niet.
Ik werd nieuwsgierig en vroeg hoe er vroeger werd omgegaan met gevoelens en emoties. Hoe de sfeer was als er iets persoonlijks werd verteld.
Diegene vertelde dat vertrouwelijke dingen werden doorverteld. Aan familie. Aan de buren. Aan anderen. Wat voor diegene kwetsbaar was, lag ineens op straat.
Toen ik vroeg: “Hoe was het voor jou om op te groeien met de ervaring dat wat er in jou leefde, niet veilig bij een ander bleef?”
….werd het stil en kwamen de tranen.
“Verschrikkelijk. Ik ging steeds meer dingen stiekem doen.”
Ik voelde de moeilijkheid, de pijn….de onmacht.
“Welke conclusie over jezelf, anderen, of de wereld om je heen heb je als kind uit die ervaringen getrokken?”
Het antwoord kwam zacht….
“Dat ik wat er in mij leeft maar beter voor mezelf kan houden.”
Niet het gedrag, maar het verhaal eronder.
Dat is waar het eigenlijk over ging.
Niet over geheimen.
Niet over oneerlijk willen zijn.
Maar over een kind dat met zijn/haar hele wezen leerde dat open zijn over je binnenwereld onveilig was.
Dat is geen karaktertrek. Het is een hele goede en ooit heel effectieve aanpassingsstrategie. Een vorm van trouw zijn aan een oud verhaal.
Vaak nemen we zulke strategieën ongemerkt mee ons volwassen leven in.
We vertellen niet alles.
We slikken gevoelens in.
We houden delen van onszelf verborgen.
Soms ontstaan er geheimen waar we zelf onder lijden en waarmee we ook anderen kunnen kwetsen. Dan ontstaat een innerlijke spagaat.
Je wilt wel eerlijk zijn.
Je wilt dichtbij anderen zijn.
En tegelijk voelt open zijn levensgevaarlijk.
In NARM noemen we dat het core dilemma: De innerlijke spagaat tussen twee fundamentele behoeften die ooit niet tegelijk vervuld konden worden.
Dat is waarom ik vaak hele andere vragen stel.
Niet: “Waarom ben je perfectionistisch?
Maar: “Hoe was het voor jou om op te groeien met het gevoel dat fouten maken geen optie was?”
Niet: “Waarom blijf je maar doorgaan?”
Maar: “Hoe was het voor jou om op te groeien met het gevoel dat je pas goed genoeg was als je je best deed?”
Niet: “Waarom cijfer je jezelf weg?”
Maar: “Hoe was het om als kind te leren dat de behoeften van anderen belangrijker waren dan die van jou?”
Niet: “Waarom houd je zoveel voor jezelf?”
Maar: “Hoe was het om op te groeien met de ervaring dat jouw binnenwereld niet veilig was?”
Om pas dan te komen tot de conclusies die je als kind over jezelf, anderen of de wereld hebt getrokken.
Want juist daar ontstaat vaak beweging.
Niet wanneer we gedrag proberen te veranderen, maar wanneer we gaan begrijpen welke betekenis we als kind aan onze ervaringen hebben gegeven.
Wanneer je lichaam zich iets anders herinnert
En ja, daar begint meteen ook het spannendste deel. Want met je hoofd weet je vaak allang dat je vandaag niet meer dat kind van toen bent. Dat het veilig is.
En toch…
Op het moment dat je iets anders wilt doen, iets wilt delen wat je jarenlang verborgen hield, gaat er ineens een oud alarm af.
Niet alleen in je hoofd.
Maar vaak ook in je lichaam.
Dat zie ik hier regelmatig gebeuren.
Een ademhaling die omhoog schiet.
Een keel die dichtknijpt.
Tranen die opkomen.
Duizelig. Blanco.
Of een lijf dat schreeuwt: pas op.
Niet omdat er nú gevaar is, maar omdat je zenuwstelsel zich herinnert wat ooit nodig was om te overleven.
Juist in dat gebied werken we.
Niet door iemand te overtuigen dat het veilig is, maar door samen de capaciteit te vergroten om aanwezig te blijven bij alles wat zich op dat moment aandient. Zodat je hoofd en je lichaam stap voor stap ervaren dat oude bescherming, in de vorm van gedrag, niet altijd meer nodig is.
En opvallend vaak zeggen mensen dan na een tijdje: “Hier voel ik eigenlijk veel minder oordeel. Niet van jou, maar ook veel minder van mezelf.”
Dat is de plek waar iets kan veranderen.
Niet met harder je best doen, maar met een ongelofelijke nieuwsgierigheid naar hoe jouw verhaal ooit begon….én met zachtheid voor het kind dat precies deed wat nodig was om te overleven.
Ik wens je een prachtige zomer!
Liefs,
Julian